Mijn verhaal

 


In "Mijn verhaal" staan ervaringsverhalen van cliënten. Via de links hieronder kom je bij het betreffende verhaal.


Onwetendheid


De inmiddels gepensioneerde Hans Jansen (63) werkte tien jaar geleden nog als tuinarchitect bij een hoveniersbedrijf uit Noord-Holland. Het was zijn geluk. Zijn passie. Hij tekende tuinen en kreeg een bekende naam in de regio. Zijn ontworpen tuinen werden een begrip. Een speels, evenwichtig ontwerp met veel buxusbollen en mooie tuinmeubelen. Hans ging met plezier naar zijn werk totdat het bedrijf overging op computergestuurd ontwerpen. Hij veranderde, tot ergernis van de rest van het gezin. ‘Ik voelde dat er iets aan zat te komen. Maar wat?’

 

‘Wat is er aan de hand, Hans? Je zweet je rot.’ Nicole Jansen snapte er niets van. Zij is de vrouw van de tuinarchitect. ‘Heb je soms suikerziekte?’, vroeg ze. Het was één week na de krokusvakantie van 2001. Simone (18), Jochem (16) en Valentijn (12) waren naar school. Hans had zich ziek gemeld bij zijn werkgever. Hij was al wekenlang aan het stressen en kende veel slapeloze nachten. Vaak werd hij ’s nachts wakker, badend in het zweet. Hij moest voortaan via de computer zijn ontwerpen maken. Een onhaalbare overgang voor hem. Een gegeven dat hij maar niet uit zijn hoofd kreeg.

 

Simone is de oudste dochter. Zij had al in de gaten dat er de laatste weken iets niet goed is met haar vader. ‘Hij is er niet bij met zijn gedachten. Hij luistert niet naar de gesprekken aan de eettafel en hij valt vaak half in slaap op de bank. We konden amper met hem praten. Tot ergernis van iedereen. Mijn vader moest en zou naar de dokter. Daar kreeg hij medicijnen tegen de onrust in zijn hoofd. Ik wist dat er iets mis was. Ik voelde dat er iets aan zat te komen. Maar wat?’

 

‘Hans kwam zijn bed niet uit’, vervolgt Nicole. ‘Hij bleef maar liggen. Het was de omgekeerde wereld. Ik kon niet begrijpen waarom. Normaal zette hij koffie of maakte hij het ontbijt. Hij was altijd fris, maar nu niet. Ik ergerde me eraan, omdat ik het geen plek kon geven. Op een gegeven moment heb ik uit woede de gordijnen opzij gedaan en de ramen open gegooid. Kom nou! , riep ik dan. Wat is er toch met je aan de hand?’ Hans is iemand die veel persoonlijke ellende opkropt, vertelt zijn zoon Jochem. ‘Hij houdt het voor zich en hoopt er zelf uit te komen. Zonder hulp van anderen. Op een gegeven moment stroomt je hoofd over van al die ergernissen die je voor je houdt.’

 

Arbo-arts

 

Hij moest naar de Arbo-arts. Hans was immers al twee weken ziek thuis. Hij zag er erg tegenop die arts te bezoeken. ‘Ik vroeg nog aan hem: zal ik meegaan? Maar dat hoefde niet’, zegt Nicole. Hij oogde gehaast en was erg in zichzelf gekeerd. Ik zwaaide mijn man uit en dacht nog: gelukkig hoef ik niet mee. Het was koud buiten en het had flink gesneeuwd.’ Een paar uur later stond de politie voor de deur. Zij hadden Hans gevonden vlakbij een weiland met een fles jonge jenever. ‘De politie nam mijn moeder mee’, vervolgt Jochem. ‘Zij ging naar het politiebureau. Daar trof ze mijn dronken vader aan. Helemaal in de war. Mijn moeder wist nog niet wat er aan de hand was. Was hij alleen dronken? Of was er meer aan de hand? Het moet een ongekende schok voor haar geweest zijn.’ Nicole werd thuisgebracht door de politie. Een paar straten verwijderd van haar huis stapte ze uit. ‘Ik wilde niet dat mijn jongste zoon de politieauto zag. Ik wist nog niet of ik het hem moest vertellen. Eerst wilde ik weten wat er nu aan de hand was. Ik ging thuis zoeken naar iets van hem. Misschien had hij iets achtergelaten. Ik zag dat de fles jonge jenever weg was. En al zijn medicijnen. Ik belde direct de politie om het te melden. Hij wilde weg. Weg uit deze wereld. Het drong nu pas tot me door.’
‘Papa bleef nog op het bureau, vertelt Simone. Hij moest zijn roes uitslapen. Ik weet nog toen hij even later thuiskwam. “Dit flik je niet nog een keer hé”, zei ik snikkend. Hij huilde in mijn armen, als een kind zo hard. Ik had mijn vader nog nooit zo heftig zien huilen als toen die avond.’

 

Afscheid

 

‘Mijn moeder vond even later een versnipperde brief in de prullenbak’, zegt Simone. ‘Ze had alle deeltjes aan elkaar geplakt en het bleek om een afscheidsbrief te gaan. Mijn vader had de sleutel van de auto op het nachtkastje van Jochem gelegd. Hij kreeg de auto. Evenals het klokje van de vader van Hans. In de brief vroeg hij ook of zijn werkgever, hoveniersbedrijf Van Hanegem, kon zorgen voor het gezin. Of zij iedere maand geld over wilden maken.’

 

‘Ik beschouw dat niet echt als mijn vader’, zegt Jochem. ‘Hij wilde niet weg van ons. Het is een ziekte. De huisarts zei dat depressieve mensen een geluksstofje missen in de hersenen. Voor deze personen ziet de wereld er zwart en koud uit.’ Nicole bevestigt dat: ‘Hij wou eruit. Maar eigenlijk ook weer niet. Hij was volledig in zichzelf gekeerd.’ Hans belandde een dag later op de psychiatrische afdeling in Den Helder. ‘Voor mij was het een grote opluchting toen hij daar zat’, vertelt Simone. ‘Ik wist nu zeker dat hij werd behandeld. Eindelijk. Hij ging ook vaak met een verpleger naar het strand. Hier wandelde en praatte Hans veel. Hij zat daar als het ware opgesloten. Gek genoeg gaf mij dat een gerust gevoel.’

 

Opvoeding

 

De arts constateerde een psychotische depressie. Een depressie met angstaanvallen. Dit heeft volgens het gezin deels te maken met de opvoeding. Hans komt uit een gezin van zeven kinderen, zes hiervan zijn depressief geworden. In dat gezin was weinig liefde, aandacht en zelfrespect. ‘Vroeger werd hij enorm gekleineerd’, weet Nicole. ‘Hij kon niets, zei zijn moeder steeds. De opvoeding was hard. Het lelijkste kind at aan een andere tafel. Niemand mocht wat zeggen tijdens het avondmaal. Je moest geruisloos eten, anders kreeg je op je kop. Iets wat hij vandaag de dag nog steeds in zich heeft. Nog steeds praat hij niet uit zichzelf aan tafel. Zo word je onzeker over je eigen kunnen. En dat heeft hij meegenomen in zijn leven. Hij mist waardering en snakt ernaar. Vooral van zijn ouders. Als hij iets fout deed, werd hij daar hardhandig op gewezen. Zo gooide hij wel eens extra kolen op het vuur. Als er een uit viel, op het tapijt, werd hij met een ijzeren kachelpook geslagen op zijn scheenbeen. De herinneringen zijn zichtbaar op zijn linkerbeen. Valentijn: ‘Hierdoor heeft hij, denk ik, zoveel slapeloze nachten gekend in zijn periode bij Van Hanegem. Mijn vader is bang voor het nieuwe en bang om iets fout te doen.’

 

Op de weg terug

 

Valentijn: ‘Ik heb mijn vader een keer opgezocht op de psychiatrische afdeling. De stand van z’n ogen zal ik nooit vergeten. Het leek wel of er iemand anders in zijn lichaam zat. Hij keek sloom en uitdrukkingsloos voor zich uit.’ Hans was in de war, maar werd door zijn medicijnen wat rustiger. Na een half jaar was hij weer volledig thuis. ‘Ik heb wel eens gevraagd aan hem wat hij voelde tijdens zijn psychotische depressie’, zegt Simone. ‘Hoe is die angst? Hij zei: “Als er bijvoorbeeld een man door onze straat liep met een hond, en uitgerekend kuchte bij ons huis, begon ik me af te vragen waarom hij dat deed. Waarom uitgerekend bij ons huis? Ik kreeg er angstige ideeën bij.” Hij verzon er een heel verhaal aan vast.’

 

Hans moet zijn hele leven medicijnen slikken. Als hij dat niet doet, dan komen deze angsten terug en raakt hij weer in een depressie. Sinds zijn begin met deze medicijnen gaat het hem langzaam beter. ‘Iedere keer als ik met Simone naar huis ging, zag ik haar vader iets meer uit zijn cocon kruipen’, vertelt zijn schoonzoon Jordy. ‘Ik ontdekte steeds meer van zijn ware aard.’

 

Hans 2011

 

Inmiddels is de 63-jarige Hans verlost van zijn angsten. Hij geniet van zijn vrije leven en van zijn kleindochter Anne. Simone: ‘Hij is weg uit zijn gestreste leven. Hij toont veel meer zijn emoties. Mijn vader is zichtbaar trots en praat beter over dingen die hem dwars zitten.’
‘Ik ben blij dat zijn waanideeën weg zijn’, zegt Jochem.
Ook zijn vrouw is opgelucht. ‘Ik kan nog steeds niet bevatten dat ik toentertijd nooit eerder heb gedacht aan een depressie. Het was voor mij de totale onwetendheid. Ik ben blij dat wij allebei zijn verlost van deze moeilijke periode. Mensen om je heen vergeten snel dat het voor de partner ook een zware tijd is’, zucht Nicole.

 

Hans is vaak aan het werk in de duinen van Egmond. Hier heeft hij zijn eigen groentetuin. Bijna een half voetbalveld groot. Een afleiding waar hij iedere dag van geniet. Hij lacht weer.

 

Valentijn


Pillen: een noodzakelijk kwaad

 

Na mijn tweede manie werd ik ingesteld op lithium. Al rap kreeg ik daar thyrax bij, want de lithium had een effect op mijn schildklier. Daar was ik niet zo blij mee. Het ging drie jaar goed, toen brak een nieuwe manie dwars door de lithium heen.

Blijkbaar bood de lithium alleen geen afdoende bescherming. Ik kreeg er orap bij. Met die combinatie ben ik zestien jaar gezond gebleven. Blijkbaar is het voor mij inderdaad de juiste combinatie. Ik heb in die zestien jaar nog wel een keer een milde depressie gehad. We waren toen de lithium fors aan het afbouwen. Blijkbaar te fors. Gelukkig werd de diagnose snel gesteld. Ik kreeg er toen weer wat lithium bij en de klachten waren dan snel weer over.

Iedere week als ik mijn medicijnbox vul, word ik er weer aan herinnerd dat ik een ziekte heb die manisch depressiviteit heet. Dat is vervelend. Toch overweeg ik niet te stoppen. Zestien jaar gezond zijn is heel wat waard. Misschien als ik alleenstaande was, zou ik het willen uitproberen om zonder medicijnen door het leven te gaan. Maar ik kan het mijn gezin niet aandoen nog eens manisch te worden. Mijn man heeft al genoeg met me te stellen gehad. Dan maar medicijnen: een noodzakelijk kwaad.

Jeanette


Linehan-training

 

Jarenlang heb ik therapie gehad en 2 opnames van 9 maanden maar het mocht niet baten. Ik had de diagnose borderline en was moeilijk aanspreekbaar. Tot een hulpverlener me onder lichte druk vroeg of ik me in wilde schrijven voor de Linehantraining. Ik zag het niet zitten maar heb me vanwege de wachttijd van 1,5 jaar toch maar ingeschreven. Ik deed het voor haar, niet voor mezelf.

Na ongeveer 1,5 jaar was het zover en ik ben er naar toe gegaan. Ik begreep er in het begin helemaal niets van en zag het als een cursus chinees. De trainers hebben met elkaar overlegd of ik nog mee kon blijven doen. Maar ik was ijverig, maakte altijd het huiswerk en deed mijn best. De psychotherapeut die ik toegewezen kreeg zei tegen me: “Ik ken niemand die zo zijn best doet maar bij wie het zo aan vaardigheden ontbreekt” Ik oefende me suf met alles wat ik leerde. Praatje maken met de groenteboer, mensen gedag zeggen. Ik had het boek thuis altijd bij de hand en zocht vaak op wat voor emotie ik nu voelde.

De concentratie oefeningen vond ik erg moeilijk behalve het ei recht zetten. Je bent dan alleen gefocust op het ei en met niets anders meer bezig. Ik heb er veel van geleerd maar het was niet voldoende dus heb ik de training nog een keer gevolgd. Ik ben erg veranderd, kan nu emoties benoemen en probeer meer oordeelvrij naar mezelf te zijn. Ook de intermenselijke vaardigheden pas ik nu toe. Ik ben meer open, vriendelijker en makkelijker in contact met anderen. Ik heb geen idee hoe het gelopen zou zijn als ik de training niet gevolg zou hebben maar het zag er somber uit.

Laura

 

Preventie, hoe voorkom ik een nieuwe ziekteperiode?

 

Corrie Kerssies-Kick is bijna zeventien jaar zonder manisch depressieve klachten. Voor een belangrijk deel heeft zij dat te danken aan preventie. Zij heeft lithium in combinatie met orap. In moeilijker tijden neemt zij extra orap. Dat mailt zij dan aan haar psychiater. Die gaat vrijwel altijd akkoord.

 

100% zekerheid is er nooit dat je een nieuwe ziekteperiode helemaal kunt voorkomen, maar je kunt wel invloed uitoefenen op de frequentie en de duur. Bij sommige mensen blijft hun ziekte jaren weg. Belangrijk is het gezond te leven. Met name het hebben van een vast ritme is heel belangrijk, een vaste tijd van opstaan en een vaste tijd van naar bed gaan. Vroeg opstaan en vroeg naar bed. Slaap is heel wezenlijk. Een nacht niet slapen kan echt gevaarlijk zijn. Zorg dat je voor noodgevallen altijd slaapmedicatie in huis hebt. Niet elke dag, maar zeker als het nodig is.

 

Vermijd te veel stress. Zorg dat je op een dag ook een aantal leuke activiteiten hebt. Neem voldoende pauzes. Wees erg voorzichtig met alcohol en natuurlijk ook met drugs, inclusief softdrugs. Gezond en vitaminerijk eten is belangrijk., alsook dagelijks bewegen. Een glas cola of een kop koffie kan natuurlijk wel, maar liever niet in grote hoeveelheden. Trouw aan je voorgeschreven medicatie is een must. Mochten de bijwerkingen te groot zijn, overleg dan met de psychiater over eventuele alternatieven.

 

Zorg dagelijks voor voldoende momenten van ontspanning, liefst op vaste tijden verdeeld over de dag. Vermijd te hard werken, neem zonodig een andere, minder stressvolle baan, een baan waar men zo mogelijk rekening houdt met je handicap. Wandelen, fietsen, zwemmen, het zijn allemaal goede ideeën. Een cursus yoga met ontspanningsoefeningen is dat ook. Naar het psychiatriecafé gaan is natuurlijk ook heel preventief! Zorg dat je dingen hebt om naar uit te kijken, waar je je op kunt verheugen.

 

Zie je ergens tegenop, praat er dan vooral veel over. Misschien is er zelfs wel wat aan te doen. Maar alleen al het erover praten kan helpen. Niet alle onheil is vermijdbaar, zoals een onverwacht sterfgeval, maar waar je wel iets aan kunt doen is de manier waarop je er mee omgaat te beïnvloeden. Over omgaan met verlies bestaat veel literatuur. Even zoeken op internet en je vindt al snel heel veel. Ook de bibliotheek is een mogelijkheid, als je geen computer hebt. Schrijf op wat voor jou triggers zijn om ziek te worden. Gebruik daarbij je eigen ervaring. Wat maakte dat je ziek werd. Probeer die situaties te vermijden of leer er beter mee omgaan als dat laatste niet mogelijk is.

 

Maak een lijst met suggesties ten aanzien van wat jou zou helpen niet ziek te worden. Denk daarbij o.a. aan dingen die je van je eventuele partner of je beste vrienden verwacht.  Maak iedere dag een planning van wat je die dag gaat doen. In grote lijnen. Bouw ontspanning in. Evalueer ’s avonds of je je aan de planning gehouden hebt, wat eventueel beter zou kunnen en hoe je je na deze dag voelt. Voelt de dag negatief aan, zoek dan uit hoe het komt en maak een beter plan voor morgen. Voelt de dag positief aan kijk dan ook hoe dat komt en bewaar het positieve voor de dag van morgen.

 

Doe geen ploegen diensten of nachtwerk. Pas op met eindverantwoordelijkheid. Iedere avond om dezelfde tijd medicatie innemen. Zo mogelijk twee keer per week vis eten, of omega drie pillen nemen. 8 uur of meer slapen. Veel bewegen (voor serotine). Prikkels vermijden. Sociale contacten onderhouden, mits niet te belastend. Van je af schrijven is een goede tip. Matig met alcohol.

 

Bijtijds ingrijpen als je te druk bent. Wacht niet te lang. Let op hetgeen familieleden en vrienden tegen je zeggen. Vooral mensen in jouw directe omgeving hebben ervaring met de keren dat het misging. Belangrijk instrument bii het ingrijpen zijn de medicijnen. Verhoog die indien nodig in overleg met je psychiater. Of, wanneer dat niet gaat omdat het weekend is, verhoog ze zelfstandig en informeer je psychiater op maandag. Al deze maatregelen hebben mij erg geholpen. Ik kan terugkijken op bijna zeventien jaar gezond zijn. Zeventien zeer gelukkige jaren. Mijn depressies zijn slechts een vage herinnering. Gelukkig wel.

 

Corrie Kerssies-Kick

 

Werken als je manisch depressief bent

 

Jaren geleden was ik directeur van een Stichting. Op zich een erg leuke baan. Alleen wisten ze bij het bestuur niet wat ik had. Ook mijn collega’s niet. Dat was soms erg lastig als je tijdens kantooruren je psychiater wilde bellen voor een nieuw recept. Ze mochten immers niet horen welke medicijnen je had. Ik had ook last van bijwerkingen van de lithium. Geheugenproblemen en concentratiestoornissen. De geheugenproblemen loste ik op door alles op te schrijven wat ik deed om zo niets te vergeten. Mijn bureau was bezaaid met gele briefjes met aantekeningen. Mijn collega’s maakten er soms grapjes over, maar daar trok ik me niets van aan.

 

Mijn concentratiestoornis pakte ik aan door vlak voor iedere werktaak een concentratieoefening te doen. Alleen zo kon ik me handhaven in mijn functie. Mijn stemming is gelukkig al vijftien jaar stabiel. Geen opnames dus. Maar na verloop van tijd vond ik het toch naar dat niemand iets van mijn ziekte wist. Ik voelde me daardoor vaak onbegrepen. Ik nam toen de beslissing dat ik een baan wilde hebben, waarin men wel zou weten wat ik had, zodat er meer rekening mee gehouden zou kunnen worden.

 

Ik solliciteerde toen in de Geestelijke Gezondheidszorg bij een grote GGZ-instelling als coördinator van een Cliënten Informatiepunt. Niet alleen wist iedereen nu wat ik had. Mijn manisch depressiviteit was bij sollicitatie een pre, ik kon nu ook met een gerust hart mijn psychiater tijdens kantooruren bellen. Ook werd nu rekening gehouden met mijn beperkingen. En in mijn werk kon ik bij het adviseren van cliënten mijn ervaringsdeskundigheid gebruiken om een vertrouwensband op te bouwen. Ik had immers in hetzelfde schuitje gezeten. Ik was herkenbaar voor mijn cliënten. Ik werk er nu nog steeds met grote tevredenheid.

 

Voor mij is het hebben van een baan erg belangrijk. Ik kan laten zien dat ik maatschappelijk van betekenis kan zijn. Ik kom het huis uit ’s morgens. Ik heb iets om naar uit te zien. Het werken met cliënten geeft me veel voldoening. Soms komen ze huilend mijn kantoor binnen en gaan dan lachend weer weg. Daar doe je het voor. Het werk is ook belangrijk voor mijn gevoel van eigenwaarde. Je betekent iets voor anderen.

 

Ik doe ook nog veel vrijwilligerswerk. Maar dat is toch niet hetzelfde. Werk heeft een andere status en dat is prettig als iemand je op een verjaardag vraagt wat je doet. Je kunt dan vertellen dat je een baan hebt. Je ziet mensen daar duidelijk op reageren. Natuurlijk is het ook prettig dat je een salaris krijgt. Maar daar doe ik het niet voor. Het is natuurlijk wel prettig dat je betaald krijgt voor je inspanningen. Dat interpreteer je als een blijk van waardering.

 

In mijn werk kan ik me ontplooien, me creatief uiten en complimenten incasseren. Ik organiseer drukbezochte thema-avonden over manisch depressiviteit, borderline, schizofrenie, angststoornissen, eetstoornissen, enz. enz. Op de thema-avonden over manisch depressiviteit treedt ik op als ervaringsdeskundige, naast de professionele inleider. Dat geeft veel voldoening. Dan bied ik mensen mijn ervaring aan en geef veel tips en suggesties over hoe ik er weer uitgekomen ben. En hoe ik vijftien jaar gezond heb weten te blijven. Praktische kennis dus door eigen ervaring.

 

Ik heb een heerlijke baan en fijne collega’s die me volledig accepteren hoe ik ben. Ze kennen mijn zwakkere kanten. Nog steeds is mijn bureau een woud van gele briefjes, maar mijn collega’s weten het waarom en maken er dus geen grapjes meer over zoals in mijn vorige baan.

 

Op dit moment volg ik een studie psychologie aan de Open Universiteit. Ik wil graag als GGZ-psycholoog gaan werken bij mijn huidige baas. Doordat ik dan en professioneel ben en ervaringsdeskundig denk ik dat ik cliënten veel te bieden heb en vanuit een gelijkwaardig niveau met hen kan werken. Op dat moment moet ik nog even wachten. De studie duurt vier jaar. Tot op dat moment ben ik meer dan tevreden met mijn huidige baan. Ik kan een ieder aanraden om in de Geestelijke Gezondheidszorg te gaan werken. Je wordt dan op je ervaringskwaliteiten gewaardeerd.;

 

Catharina

 

De competenties van een goede psychiater

 

Een psychiater zou je in de eerste plaats als mens moeten zien en pas in de tweede plaats als patiënt. Een competentie is het persoonlijk vermogen dat gezien moet worden als het product van kennis, de ervaring, de vaardigheid en de attitude, waarover iemand op een bepaald moment in een bepaalde context beschikt. (Hacou, 2005). Deze verschillende onderdelen van het begrip “competenties” zullen hier in volgorde van belangrijkheid vanuit cliëntenperspectief worden besproken.

 

De attitude van een psychiater is verreweg het belangrijkste onderdeel. Deze attitude zou idealiter gekenmerkt worden door empathie, gastvrijheid en openheid. Ook is er het belang van een zelf kritische houding. Daarnaast is kennis belangrijk. Het op de hoogte zijn van voor patiënten geschikte behandelingen. Het kunnen toepassen van deëscalatietechnieken, het geven van hoop, realistisch en nuchter rapporteren en het kunnen hanteren van crisissituaties.

 

Essentieel is de bereidheid te leren en deze leermomenten te gebruiken in nieuwe situaties. Naast individuele competenties wordt het effectief functioneren in een team en de daarbij behorende groepscompetenties als belangrijk gezien. Effectieve interne en externe communicatie, beschikbaarheid, flexibiliteit, betrouwbaarheid en stressbestendigheid zijn onmisbare dimensies.

 

De psychiater moet bereid zijn zich te verdiepen in het cliëntenperspectief. Een psychiater moet zelfinzicht hebben (kennis/inzicht in eigen angst, agressie en denken). Hij/zij moet de patiënt zijn/haar waardigheid laten behouden. Hij/zij moet geweldloos (is prikkelarm) communiceren. Veel ruimte geven voor eigen verhalen, naast de afspraken over de medicijnen. Een goede psychiater weet op tijd door te verwijzen naar maatschappelijke instanties. Hij/zij is op de hoogte van de zaken die de overige hulpverleningsinstanties bieden. De ideale psychiater neemt de tijd voor je. De tijd die jij nodig hebt. In de afspraak is er ruimte voor andere zaken dan medicijnen. De ideale psychiater is een vriendelijk, doch vakkundig mens.

 

Corrien

 

Een Kinderwens?

 

Zowel binnen als buiten de GGz kunnen “stellen” een kinderwens hebben. Maar helaas komt het steeds meer voor dat kinderen van sommige GGz-cliënten jaren later uiteindelijk toch door Bureau Jeugdzorg uit huis worden geplaatst.

 

Maar is het wel zo verstandig aan kinderen te beginnen als jezelf een ernstige psychiatrische aandoening hebt? Je hebt immers al genoeg aan jezelf en dan hebben we het nog niet eens over erfelijkheid van sommige psychiatrische aandoeningen.

 

Zo heeft ooit een psychiater het mogelijk gemaakt om een cliënte met schizofrenie zwanger te laten worden. De cliënte moest gedurende de zwangerschap tijdelijk switchen van medicijn vanwege de schadelijke uitwerking die dat zou hebben op de vrucht. Jaren later moest het kind alsnog uit huis geplaatst worden.

 

Moet ondanks het zelfbeschikkingsrecht dat GGz-cliënten hebben, in sommige gevallen een zwangerschap niet ontraden worden? Je kunt dan denken aan cliënten met zeer ernstige psychiatrische problematiek die steeds terugvallen en opgenomen moeten worden of aan cliënten die buiten de muren van een kliniek nauwelijks een vorm van stabiliteit hebben.

 

Tegenover het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt moeten ook plichten staan. In dit geval de plicht om voor een kind te kunnen zorgen en het kind zijn recht op een goed en voorspoedig leven te gunnen. Natuurlijk is het niet zo dat kinderen die geboren worden uit “stellen” (waarvan één) met een psychiatrische aandoening niets mogen mankeren.

 

Maar als volwassenen (inclusief behandelaars) hebben wij wel de plicht om kinderen en ook het ongeboren kind zoveel mogelijk te beschermen. Een kind heeft recht op een veilige en een stabiele leefomgeving.

 

Carmen

 

Wilt u reageren op dit verhaal? Stuur dan een mailtje naar info@clienteninformatiepunt.nl

 

Hoe om te gaan met een depressief persoon

 

Verwacht niet te veel. Een depressief persoon kan echt heel weinig actief zijn. Maak wel ’s morgens een lijstje met kleine taakjes voor de dag. Steun daarin. Iedere taak die gedaan is, kan voldoening geven, hetgeen heel belangrijk is. Een lichtpuntje in de duisternis. Bewegen is een ander aandachtspunt. Als je depressief bent, wil je niet bewegen. Je hoofd staat er niet naar. Maar het is wel belangrijk. Mijn man trok me van de bank als hij thuiskwam en dwong me vervolgens hele einden te fietsen. Geheel tegen mijn zin, maar ik voelde me wel iets beter als ik na het fietsen thuis kwam. Ook hardlopen is heel erg goed. Dan worden in de hersenen stofjes aangemaakt die de depressie tegengaan.

 

Depressieve mensen hebben een laag zelfbeeld, veel schuldbesef en weinig gevoelens voor anderen. Ga tegen dat schuldbesef in. Geef aan wat nog steeds zo bijzonder aan de persoon is, vanwege het lage zelfbeeld. Zoek uit waar de persoon nog wel plezier aan beleeft. Bij mij waren dat bijvoorbeeld een bepaald soort ijsjes. Pas op met alcoholgebruik. Dat combineert niet echt met medicijnen.

 

Ga mee naar afspraken met de psychiater. Als een psychiater zegt dat het vier weken duurt voor een medicijn aanslaat, dan moet je het er uitvoerig over hebben. En hem of haar er vier weken doorslepen. Het suïcidegevaar is in de periode dat de medicijnen nog niet aanslaan levensgroot aanwezig. Wees daar attent op. Zorg dat de depressieve persoon nooit helemaal alleen is in deze periode. Geef veel aandacht en liefde, maar verwacht deze niet direct terug. Later, als de persoon uit de depressie is gekomen, zal hij of zij zich deze aandacht en liefde perfect herinneren en er dankbaar voor zijn.

 

Een depressief persoon zal het liefst in bed liggen. Voor een beperkt deel kan daar aan toegegeven worden. Voor een ander deel is het belangrijk de depressieve persoon juist te activeren, liefst met dingen die hij/zij voorheen juist leuk vond om te doen. Kleine kans dat zoiets ook aanslaat. Stimuleer de depressieve persoon te schrijven, als dat enigszins kan. Schrijven betekent reflectie en een middel tot communiceren over de ziekte. Denk daarbij ook aan jezelf. Het is belangrijk dat je er zelf ook niet aan onderdoor gaat. Omgaan met een depressieve persoon kan een behoorlijk deprimerende bezigheid zijn. Zorg dat je niet de enige bent die die verantwoordelijkheid neemt.

 

Let op het eetgedrag van de depressieve patiënt, eet hij/zij veel te weinig of juist te veel. Zorg ervoor dat de medicatie in elk geval wordt ingenomen. Hiervan is op termijn verbetering te verwachten. Slaat het medicijn na een afgesproken periode niet aan, alarmeer dan de arts en vraag om een ander medicijn. Met medicijnen is het vaak trial en error wat aanslaat en wat niet. Wat bij de ene patiënt helpt, helpt bij een andere persoon totaal niet. Kortom, het maken van een lijst van kleine haalbare taakjes voor de dag, bewegen, medicijnen zijn de ingrediënten om met depressieve mensen om te gaan. Ik wens u veel succes.

 

Daphne

 

Psychose

 

Als ik een psychose heb, denk ik dat ik een medicijn tegen aids heb uitgevonden en dat de verpleging mij ervan weerhoudt de ontdekking wereldkundig te maken. Ik doorsta ook angsten. Angst voor van alles en nog wat. Een psychose kent tal van waandenkbeelden. Je leeft in een heel aparte wereld. Je ziet dingen die er in werkelijkheid niet zijn. Toch ook mooie dromen. Het varieert heel erg. Je neemt de werkelijkheid op een bizarre manier waar. Je denken neemt een hoge vlucht. Gedachten rollen over elkaar heen. Je hebt er geen invloed meer op. Ze komen vanzelf. Je geest draait overuren.

 

Ergens realiseer je je wel dat dit niet goed is, maar je zit gevangen in een andere werkelijkheid. Het orgaan waarmee je denkt is ziek geworden. Dat maakt het onmogelijk om de werkelijkheid goed te zien. Zelfs het ziekte-inzicht is aangetast. Je gelooft in je eigen waandenkbeelden. Je houdt ze voor werkelijkheid. Je bent lichamelijk en geestelijk uitgeput. Je hebt het gevoel dat je niets meer kan hebben. Elke prikkel is er 1 teveel.

 

Je wordt dan ook meestal geïsoleerd. Zo’n isoleercel is een traumatische ervaring. Het lijkt of je psychose daardoor nog versterkt wordt. Je hebt het gevoel dat je gevangen zit voor een misdaad die je niet hebt begaan. Je voelt alles aan als zeer onrechtvaardig. Je eten wordt gebracht, maar je raakt het niet aan. Je denkt dat je langzaam wordt vergiftigd. Drinken doe je net nog wel. Omdat je wel moet. Je verliest kilo’s bij het leven. Ook door volslagen uitputting. Het gewone leven tot dan toe lijkt mijlen ver weg. Wat rest is een nachtmerriewerkelijkheid. Weg is de tijd dat je zo ontzettend heerlijk manisch was. Na de psychose loert er alweer de onvermijdelijke depressie. Wat is het toch een kloteziekte.

 

Jet

 

Hoe een depressie te voorkomen...

 

Het is belangrijk de eerste waarschuwingssignalen van een terugkerende depressie te herkennen. Dit artikel geeft inzicht in technieken nodig voor zelfregulering tijdens de vroege fase van een depressie.

 

Belangrijk is het rustig aan te doen, regelmatig te slapen en plezierige activiteiten te ondernemen. Je moet jezelf niet verwijten aan depressies te lijden, een diabeticus verwijt zichzelf ook niet dat hij zijn bloedsuikerspiegel niet onder controle kan houden. Probeer jezelf op een positieve manier af te leiden, activiteiten uitzoeken en ondernemen die je bezighouden, je genoegen geven en je gedachten afleiden van je pijn en je lijden. Je kunt bijvoorbeeld het gezelschap zoeken van mensen die je na staan, aan lichaamsbeweging doen, naar muziek luisteren, lezen en ontspannen.

 

Belangrijk is het te praten met mensen die ondersteunend en meelevend zijn. Probeer je negatieve beoordeling van situaties, inherent aan een depressie, om te zetten in een andere –liefst positieve– beoordeling. Alle technieken werken het best in de voorfase van een depressie of bij een lichte depressie.

Wees attent op vermoeidheid, slaperigheid en gebrek aan concentratie. Het helpt om een regelmatig dag– en nachtritme te houden, meer proteïnen en minder koolhydraten te eten, alcohol en drugs te vermijden, minstens 1 maal per dag contact met iemand die je kan opvrolijken en zo nodig vrij nemen van werk.

 

De signalen voor een naderende depressie zijn trager functioneren, je negatief, ongemotiveerd, onverschillig, wanhopig en sloom voelen. Kritiek en zelfverwijt zijn ook vaak voorkomende voortekenen.

 

Het is goed naar de eerste signalen die je partner/beste vrienden/naasten hebben waargenomen, te vragen. Maak het liefst een lijstje van je eerste signalen, zodat je tijdig kunt ingrijpen. Het is belangrijk niet weg te zinken in een depressie, maar toch nog activiteiten te ondernemen. Maak een lijst van zinvolle en prettige activiteiten die je in je gewone doen graag doet. Kies er per dag een aantal uit, die haalbaar lijken. Kies activiteiten die contact met andere mensen met zich meebrengen, bijvoorbeeld een wandeling met een vriend(in). Wees lief voor jezelf in de vaak moeilijke ochtenduren. Plan dan niet te veel activiteiten. Evalueer je planning van activiteiten, vaak ontdek je dat het ondernemen van activiteiten je beter laat voelen.

 

Accepteer het als het niet gaat, probeer het de volgende dag opnieuw, of kies lichtere activiteiten. Zoek de juiste combinatie tussen leuke dingen en verplichte dingen (de afwas doen). Probeer negatieve gedachten (ik ben waardeloos) om te zetten in minder negatieve (het valt met mij nog wel mee). Schrijf negatieve gedachten op en probeer ze te ontzenuwen door er andere dingen tegenover te stellen, wellicht meer positieve gedachten. Doe dingen waarvan je nog een beetje voldoening kunt hebben als je ze gedaan hebt, een wandeling bijvoorbeeld. Streep op  je lijstje van activiteiten af wat je die dag nog wel hebt gedaan. Kijk er naar en wees een beetje trots op jezelf. Het doen van activiteiten voorkomt dat je verder de depressie inzinkt. Voorkomen is beter dan genezen.

 

Manuela

 

Wil je reageren op een verhaal of wil je je eigen verhaal hier plaatsen, mail het dan naar: info@clienteninformatiepunt.nl

 

 

(bij publicatie wordt gebruik gemaakt van verzonnen namen)

 

Top